Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 26 september 2019

Reactie D66 Zaanstad op het rapport van de OVV over het ongeluk op de Bernhardbrug

Op 26 september 2019 was er een extra raadsvergadering om het rapport te bespreken van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid over het ongeluk op de Bernhardbrug van eind november vorig jaar.  Hieronder de volledige bijdrage van Martin Hoek in deze vergadering.

—————

 

Voorzitter,

Bij het lezen van het rapport van de onderzoeksraad over het ongeluk bij de Bernardbrug, lopen de rillingen over je rug. Bij de beschrijving van de gebeurtenissen komt er, na het ongeluk bij de Den Uylbrug, voor de tweede keer een nachtmerrie voorbij. Wij leven dan ook mee met de slachtoffers en hun naasten. Het zal je maar gebeuren…

De conclusies van de onderzoeksraad komen hard binnen en raken ons. Want ook de gemeenteraad wordt niet gespaard. En dan past maar één reactie. Deemoedig het hoofd buigen, de conclusies overnemen en gezamenlijk er alles aan doen om het risico naar nul terug te brengen. Dat is de reactie van het college en daar sluit onze fractie zich bij aan.

Zoals aangegeven in het Zaanstad Beraad van afgelopen dinsdag, geven wij dan ook een positieve zienswijze op het besluit van het college. Belangrijker nog dan de tijdlijn van de afgelopen tijd na het ongeluk bij de Den Uylbrug, is de tijdlijn naar de toekomst. Leren van de fouten die gemaakt zijn maar vooral ook, daar wat mee doen. Niet alleen denken, niet alleen onderzoeken, niet alleen praten maar vooral ook doen. En blijven doen. Want met het werken aan veiligheid ben je nooit klaar.

Mijn fractie betreurt het dat door de technische en zakelijke reactie op het conceptrapport, en door de uitzending van het NOS journaal, het beeld is ontstaan dat de ernst van de situatie niet bij de gemeente Zaanstad was doorgedrongen. Dat het kwartje zelfs na de bevindingen van de onderzoeksraad, nog steeds niet gevallen was. De reacties van de portefeuillehouders hierop, achten wij afdoende maar wij hopen dat ook naar buiten toe dit beeld wordt bijgesteld. Een gezamenlijk en eensgezind optreden van raad, college en gemeentelijke organisatie is daarvoor essentieel.